Schoolvoorbeeld
..


Profielschets van een school voor talentontwikkeling
Gebaseerd op: "Schoolprofilering, ...De bedoeling moet blijken uit wat we doen" van De Educatieve Stad. Dit handzame boekje is geschreven door mevr. Schuurmans en dhr. Conijn. Scholen die aan de slag gaan met schoolprofilering, kunnen wij dit boek van harte aanbevelen. Te bestellen onder isbn 90-74043-56-9 op www.educatievestad.nl

Een school voor talentontwikkeling richt zich naast de aandacht voor de kerndoelen op de optimale ontwikkeling van talenten en kwaliteiten van de leerlingen, getalenteerd en minder getalenteerd. Het gaat om diversiteit aan talenten en kwaliteiten, onder meer op het gebied van kunst, cultuur zorg, communicatie, techniek en technologie, sport en recreatie, wetenschap en ondernemerschap. Dus niet: de middelmatigheid als norm met allerlei compensatieprogramma's. Wel: een streven naar uitdagend onderwijs dat bij alle leerlingen leidt tot een graad van "meesterschap"op verschillende terreinen.

1. onderwijsoverstijgende activiteiten
Het programma bevat een reeks van hoogtepunten, de zgn. "toppers". Het zijn hoogtepunten van de leerlingen. Ieder hoogtepunt wordt gekenmerkt door een helder, uitdagend en aantrekkelijk einddoel. Hoe groter de motivatie, des te groter is de kans dat talenten en kwaliteiten tot ontwikkeling komen. De hoogtepunten zijn verschillend van aard. Voorbeelden: de uitgave van een krant in de wijk, de opzet van een fietstocht, het organiseren van een schaaktoernooi, het samenstellen van een eigen c.d., het schrijven van een boek, of de adoptie van een natuurgebied.

2. Het eindprofiel van de leerling
Leerlingen in deze school hebben het beste gegeven wat ze in zich hadden. Ze hebben zich hierdoor kunnen ontwikkelen als rekenaar en schrijver, tekenaar, boekhouder, zanger, bioloog, ondernemer of technicus. Ze hebben kwaliteiten ontwikkeld in de zorg voor elkaar en de omgeving, in het organiseren, vergaderen, onderzoeken, construeren en spelen. De begeleiding van de leerlingen is gericht op een zo hoog mogelijk ontwikkelingsniveau. Voor elke leerling geldt:

• dat hij/zij "meester" is op verschillende terreinen
• een gevoel heeft ontwikkeld voor kwaliteit
• veel aandacht en plezier heeft in het werk
• discipline heeft om iets tot een goed einde te brengen
• ondernemend gedrag vertoont en motivatie
• op zijn verantwoordelijkheden kan worden aangesproken.

3. Kwaliteiten van leerkrachten
Geen meesterschap wordt bij leerlingen bereikt, als leerkrachten zelf niet over een vorm van meesterschap beschikken. Ze moeten meester zijn in hun vak. Voor een school voor talentontwikkeling houdt dat in: een grote vaardigheid in het opzetten van een ontwikkelingsbevorderende leeromgeving.

In een school voor talentontwikkeling hebben de leerkrachten kennis van talenten en kwaliteiten van jonge mensen. Zowel in algemene zin, als met betrekking tot de afzonderlijke leerlingen in de groep. Dus geen "dwalende" leerkracht met een oppervlakkige aandacht voor iedereen, maar een leerkracht die een duidelijk beroep doet op zijn of haar leerlingen.

4. De organisatiestructuur
De functie van het onderwijs bepaalt de organisatie. In een school voor talentontwikkeling overheerst niet het systeem, de bureaucratie en de overlegstructuur. De organisatie van de school wordt afgeleid van het antwoord op de vraag hoe talenten van de leerlingen het beste tot ontwikkeling kunnen worden gebracht.

5. De schoolcultuur
In de school voor talentontwikkeling gaat het over de volgende zaken:

• Meer met minder
Niet de veelheid bepaalt de kwaliteit van het onderwijs, maar de aandacht voor het unieke. Het schrijven van een goede tekst door de leerlingen, kan van grotere betekenis zijn dan tien taallesjes. Het gaat om de liefde voor kennis en de honger naar meer.

• Veeleisend en uitdagend
Leerkrachten zijn veeleisend. Letten op de zorg die wordt besteed aan het schrift, de uitspraak van de taal, de zorgvuldigheid in de omgang van het werkmateriaal, de aandacht bij het tekenen, enz. Maar de veeleisendheid van de leerkracht heeft pas zin, als de leerlingen gemotiveerd zijn om iets te bereiken. Daarom streeft een school voor talentontwikkeling naar uitdagend onderwijs en naar hoogtepunten in het programma.

• Ondernemend
Leren doen leerlingen zelf. De wil om iets te bereiken blijkt uit hun ondernemend gedragen hun initiatieven.

• Woekeren met talenten van de leerkrachten
De persoonlijke kwaliteiten worden optimaal benut.

• Werkplezier
Plezier staat voor betrokkenheid, een eigen manier van werken, een gevoel van eigenwaarde. Plezier levert een belangrijke bijdrage aan motivatie.

• Individuele ontplooiing en sociale vorming
Deze dienen hand in hand te gaan. In een school voor talentontwikkeling leveren
leerlingen naar vermogen een bijdrage aan een gezamenlijk gesteld doel.

• De beoordeling en evaluatie van het werk
De manier waarop leerlingen (en leerkrachten) worden beoordeeld, doet recht aan hun ontwikkeling. Zelfevaluatie en reflectie op het eigen handelen nemen een belangrijke plaats in. Ze geven zicht op de kwaliteit van het werk en mogelijkheden tot verbetering.

• Er is een gezonde wedijver
Leerlingen doen mee aan wedstrijden, prijsvragen, concoursen, toernooien en tentoonstellingen.

6. Buitenschoolse contacten
Voor hun ontwikkeling hebben leerlingen naast ouders en leerkrachten vele anderen nodig uit de samenleving. Een school voor talentontwikkeling is zich hiervan bewust en halt gasten en gastdocenten in de school. Een krantenbedrijf helpt leerlingen bij het maken van een eigen krant, technici doen dat bij het maken van ingewikkelde constructies, oudere mensen bij de studie van de historie van de stad of het dorp, artsen over de verzorging van het lichaam, een pastor, dominee of iman laat iets ervaren van de rijkdom van de verschillende godsdiensten, sporters nodigen leerlingen uit op hun sportvereniging, ondernemers assisteren bij de opzet van een eigen leerling-onderneming.

Er kan zelfs nog meer gebeuren. Met partners in de lokale samenleving kunnen voorzieningen getroffen worden voor speciaal talent: een balletschool, een tekenschool of een schaakschool. En leerlingen kunnen persoonlijk worden aangemoedigd lid te worden van een toneelvereniging, koor of hockeyclub. Samen met anderen kunnen werkplaatsen worden opgezet, studio's of ateliers.

7. De inrichtingsfactoren
Veel scholen kennen dezelfde inrichting: lange gangen met gesloten lokalen waarin onderwijs wordt gegeven. Scholen voor talentontwikkeling daarentegen zijn te herkennen aan de zorgvuldigheid waarmee aan de inrichting is gewerkt, de toegankelijkheid van werkmateriaal en informatiebronnen, en de uitstraling van plezier en levendigheid.

De inrichting werkt inspirerend. Er zijn bijvoorbeeld vitrines met werk van leerlingen, een fotogalerij met foto's van bijzondere gasten van de school, kleine musea met verzamelingen van leerkrachten of leerlingen. Leerkrachten richten zich niet alleen op de methodiek van het onderwijzen, maar ook en vooral op het organiseren van de activiteiten voor de leerlingen. Dit vraagt om ruimtelijke voorzieningen: een gastenkamer, een vergaderplek, een stiltekamer, een werkplaats, een goed documentatiecentrum, plekken waar kinderen zich kunnen terugtrekken, een gemeenschapsruimte.

Naast bijzondere voorzieningen samenhangend met de aard van de activiteiten, beschikt een school voor talentontwikkeling over een goed speellokaal voor jonge leerlingen.